dinsdag 26 november 2013

Last Photos no 11 from 14 2nd print Bas Fontein Incredibly Small Photobooks Kessels Kooiker Photography

Bas Fontein

wonders about his position as an artist and what to create. He finds answers in personal collections and other existing archives. By using specific concepts he gives the selections he makes new meaning.

I collect secondhand camera’s with a roll of negatives still left in them, and publish all the images without making a selection (see also Projects on this site). This resulted in Last Photos: 12 small booklets on which one could subscribe on in 2009. Every month the subscriber received one book at his home adress. The project is, in a different form, still ongoing.



For several years, Paul Kooiker and Erik Kessels have organized evenings for friends in which they share the strangest photo books in their collections. The books shown are rarely available in regular shops, but are picked up in thrift stores and from antiquaries. The group’s fascination for these pictorial non-fiction books comes from the need to find images that exist on the fringe of regular commercial photo books. It’s only in this area that it’s possible to find images with an uncontrived quality. This constant tension makes the books interesting. It’s also worth noting that these tomes all fall within certain categories: the medical, instructional, scientific, sex, humour or propaganda. Paul Kooiker and Erik Kessels have made a selection of their finest books from within this questionable new genre. Incredibly small photobooks is the second volume (after Terribly awesome photobooks) showing this amazing collection.



For an impression of one of the books, you can watch this video posted by one of the subscribers (buuv.nl) on Last Photos.




Last Photos (2009 © foto's Bas Fontein)
In 2010 waren van hem bij de tentoonstelling ‘Quickscan’ in het Nederlands Fotomuseum twee flipboeken te zien en het project ‘Last Photos’: zijn verzameling tweedehands analoge camera’s waarin nog een fotorolletje zit van de oude eigenaar. Deze rolletjes laat hij ontwikkelen en alle foto’s (zonder te selecteren) gaf hij uit in 12 kleine boekjes, genaamd ‘Last Photos’(Uitgeverij BASBOEK, vormgeving Jeroen Disch 2009) waarop je kon abonneren.

Onbeschaamd staren – Voyeurisme in de fotografie

Stiekem foto graferen bestaat al zo lang als camera’s draagbaar zijn. In de kunst foto grafie wordt er op verschil lende manieren mee geëxperi menteerd.Vorig jaar werd in de VS een wet voorgesteld die eist dat alle mobiele telefoons die verkocht worden een geluidje maken wanneer er een foto wordt gemaakt. Het was een poging om de hoeveelheid gênante foto’s op internet in te dammen. De huidige alomtegenwoordigheid van camera’s, of het nu die van burgers of surveillancecamera’s zijn, heeft het stiekem fotograferen een steeds vaker besproken onderwerp gemaakt. Het hoeft niet te verbazen dat voyeurisme ook in de kunst regelmatig opduikt. Kunstenaars zijn soms kritisch, vooral waar het surveillance betreft, maar vaak wordt juist met interesse gebruik gemaakt van stiekeme fotografie.
Morsige mannen
‘Voyeuristische fotografie’ doet denken aan morsige mannen die met een telelens in de bosjes liggen. Niet zo leuk als het voor je huis gebeurt, maar met enige afstand bezien blijkt het idee van de gluurder ook ontroerend te kunnen zijn. De Tsjechische kunstenaar Miroslav Tichý (1926) werd na zijn opleiding tot schilder als non-conformist gezien door het communistische regime en belandde korte periodes in inrichtingen en gevangenissen. Terug in zijn geboorteplaats Kyjov begon hij obsessief te fotograferen. Honderden foto’s van bijna uitsluitend vrouwen, op straat, bij zwembaden, op bankjes, vaak gemaakt met geïmproviseerde camera’s van lege blikjes, lenzen van een kinderbril of ander primitief materiaal. Ontroerend is zijn werk misschien vooral vanwege de monomanie en het doorzettingsvermogen dat er uit spreekt. Thuis maakte hij telkens maar één afdruk per negatief, schijnbaar zonder ander publiek dan hemzelf in gedachten.
Bekende voorgangers van Tichý in de straatfotografie van begin twintigste eeuw, onder wie de Amerikaanse Paul Strand, Walker Evans en Helen Levitt werkten vaak met verborgen camera’s, of camera’s die met een spiegel om de hoek een foto konden schieten. De snapshot was voor hen een meer ‘pure’ vorm van fotografie, die onzelfbewuste, ongeaffecteerde beelden oplevert die lijken op wat je ziet als je zonder camera rondloopt. Maar dan met de mogelijkheid eens onbeschaamd te staren, daar waar je normaal je ogen neer zou slaan.
Geïnspireerd door deze fotografen ging Joan Colom (1921) in de late jaren vijftig, begin zestig met een camera verborgen op zijn heup de straat op. Hij zocht plekken op waar de allerarmsten te vinden waren, waaronder de rosse buurt El Raval in zijn woonplaats Barcelona. ‘Dit is de enige plek in Barcelona waar ik de mensheid zie’, zou hij daarover indertijd gezegd hebben. Drie jaar lang legde hij de prostituees, die toen nog heel damesachtig kokerrokjes droegen, en de bewonderende blikken van hun klandizie vast. Colom kwam in de problemen met zijn foto’s, zij het niet tijdens het maken of exposeren, maar pas toen hij ze in 1964 publiceerde in het fotoboek Izas, Rabizas y Colipoterras, met teksten van Camilo José Cela. Het regime van Franco bleek niet gecharmeerd van dit duistere beeld van de marge van Spanje, en Colom voelde zich genoodzaakt te stoppen met fotograferen, om pas in de jaren tachtig weer te beginnen.
Bewuste rol
Een heel andere vorm van stiekeme fotografie werd slechts enkele jaren later gemaakt door Vito Acconci (1940). Voor de bekende fotoserie Following Piece uit 1969 achtervolgde hij gedurende een maand elke dag een willekeurig gekozen persoon die toevallig op dat moment langsliep in New York. De achtervolging stopte zodra deze persoon een privéruimte betrad en de duur ervan was dus niet te voorspellen. Op de foto’s van de performance zien we zowel de achtervolgde als Acconci, kennelijk liet Acconci zich op zijn beurt volgen door een fotograaf. Maar hier gaat het niet meer in de eerste plaats om wat in de foto’s vastgelegd wordt. Juist de handeling van het spioneren is een onderdeel geworden van het werk.
Ook bij Martine Stig (1972) speelt kijken en bekeken worden een bewuste rol. Zo maakte ze foto’s die geposeerd zijn, maar toch iets voyeuristisch hebben omdat ze verwijzen naar iets dat we niet mogen zien. Voor de serie After (1998) vroeg ze namelijk stellen zichzelf te fotograferen net nadat ze seks hadden gehad. Deze reeks werd in 2002 opgevolgd door Bloos, een serie portretten van jonge vrouwen die om een onbekende oorzaak blozen. ‘Je weet dat er iets buiten het kader is waardoor ze gaan blozen. Doordat het een foto is, kun je er ook heel lang naar kijken. Uiteindelijk ga je je als kijker ook ongemakkelijk voelen’, vertelde Stig hierover aan de Provinciale Zeeuwse Courant.
In de serie Men (1999) die Stig in Bolivia maakte, zien we mannen op straat die hun ogen afschermen tegen het felle zonlicht. Juist door dat licht kon ze hen onopgemerkt fotograferen. Maar in serie gepresenteerd, lijkt het werk, door de in elke foto terugkerende handeling, geënsceneerd. Zo ontstaat verwarring over de echtheid ervan. Iets soortgelijks gebeurt in haar recente films, zoals Suto-ri-(2007), die eveneens bestaan uit spontane straatbeelden, maar zodanig is samengesteld dat het werk een verhaal lijkt te vertellen.

Filmclichés
Een van de filmische uitstapjes van fotograaf Wim Bosch (1960) maakt ook gebruik van typische filmtaal. You care ok? (2006) maakte hij in samenwerking met kunstenaar Marten Winters (1969): een 6,37 minuten durende stiekeme opname van een man in een hotelkamer. “Dit project heeft een zwaar voyeuristische kant, maar daar was het ons niet om te doen. Het is uiteindelijk een korte clip geworden die handelt over filmclichés. De eenzame man op de hotelkamer is bijvoorbeeld zo’n cliché. Overigens is het mij regelmatig overkomen dat men mij aankijkt alsof ik een voyeur ben, omdat ik een foto maak van iets waar niemand het fotografisch belang van inziet. Zo ben ik ook wel eens aangehouden door de politie omdat ik ‘zomaar’ een huis fotografeerde.”
In het merendeel van zijn werk vermengt Bosch al dan niet stiekem genomen foto’s met op internet gevonden materiaal. Sommige werken ogen alsof we als toeschouwer over straat wandelen en proberen bij mensen naar binnen te gluren. Bosch: “Mijn werk gaat niet over voyeurisme, maar het raakt er zeker aan. Ik tracht de toeschouwer de fotografische ruimte binnen te lokken door middel van bijvoorbeeld doorkijkjes, maar tegelijkertijd wordt deze ook buitengesloten. De mensen in de foto maken geen oogcontact met de toeschouwer en de suggestie van spiegelingen, kozijnen, takken en dergelijke functioneert daarbij als een barrière die de kijker op afstand houdt. De kijker wordt een bespieder, maar wel een bespieder op afstand. ”
Ook Harm van den Dorpel (1981) begeeft zich in dit grijze gebied, met zijn werk Ethereal Self (2008), een website die je pas kunt bekijken als je deze even toestemming geeft de webcam op je computer te gebruiken. En dat doe je, want dan kun je naar een fraaie diamantvormige ‘spiegeling’ van jezelf kijken. Intussen neemt het programma ongemerkt foto’s. Die worden opgenomen in een alsmaar uitdijend bestand van mensen in allerhande kantoren en huiskamers – opvallend vaak ook ontbloot en in bed, zich kennelijk toch onbespied wanend. Het beeldenarchief Ethereal Others is te vinden op een andere site .
Ensceneren
Een aantal hedendaagse kunstenaars begeeft zich op de smalle lijn tussen het simpelweg vastleggen van de werkelijkheid en het ingrijpen erin. Paulien Oltheten (1982) richt zich op het vastleggen van de ‘theorie van de straat’, veelal de lichaamstaal van mensen, kleine handelingen als het even balanceren op een stoeprand, of het losjes slingeren van een been. Bijzonder is dat Oltheten niet huiverig is om, als dat zo uitkomt, de mensen die ze bestudeert te vragen nog eens te herhalen wat ze deden. Of om net even anders te gaan zitten. In de uiteindelijke foto is vaak niet te onderscheiden wat nu spontaan gedrag is en wat nagespeeld. Haar video’s laten dat wel zien. Zich bewust van de camera, en dus van zichzelf, lukt het mensen niet meer de handeling net zo te doen als daarvoor. Oltheten legt precies het verschil tussen natuurlijk en geposeerd vast.
Van documentair fotografen verwachten we dat ze de wereld zo objectief mogelijk vastleggen. Toch beweegt ook het Nederlandse duo WassinkLundgren (1981/1983) zich bewust op het randje van geënsceneerde en stiekeme fotografie. Ze omschrijven hun werk als ‘conceptueel documentair’. Waar de klassieke documentaire fotograaf de wereld min of meer vastlegt zoals hij deze aantreft, schroomt WassinkLundgren niet om hun aandeel in een situatie te laten zien. Zo werden ze bekend met de serieEmpty Bottles (2005), waarvoor ze in Shanghai en Peking plastic flesjes op straat zetten. Steeds kwam er iemand zo’n flesje oprapen voor het statiegeld, en dat moment legden ze vast. Het resultaat is een treffende, maar niet overbekende illustratie van het huidige China.
Privéfoto’s
De laatste jaren zijn gevonden foto’s, zoals vakantiekiekjes uit oude fotoalbums regelmatig in kunstinstellingen te zien geweest. Ook het kijken naar dit soort foto’s heeft iets voyeuristisch, doordat ze nooit voor een groot publiek bedoeld zijn. De Duitse Joachim Schmidt (1955) verzamelt al sinds 1982 foto’s die hij op straat vindt en vormde hiermee de serie Bilder von der Strasse. De vaak beschadigde foto’s, laat Schmidt zien, zijn meer dan een afbeelding. Zo’n foto is een ding dat iemand besloten heeft te verscheuren, weg te gooien of na jaren koesteren is verloren.
Ook Bas Fontein (1978) werkt met gevonden materiaal. Hij verzamelde voor Last Photos (2009) tweedehands camera’s met een fotorolletje erin. Nieuwsgierig naar een verdwijnend medium en de gevolgen daarvan, maar ook naar de foto’s die mensen maakten maar die nooit de fotowinkel haalden, drukte hij de rolletjes af. In een van de boekjes die Fontein ermee maakte zien we onder andere een schijnbaar willekeurige foto van een straat, van schilderijen, van publiek bij een concert of andere bijeenkomst. En twee wonderlijke foto’s van een vrouw die in een huiskamer op een schapenbontje zit, gekleed in een trui maar met blote billen en met de rug naar de camera. Zou ze hebben geweten dat ze gefotografeerd werd?
‘Exposed: Voyeurism, Surveillance and the Camera’ t/m 17 april 2011 San Francisco Museum of Modern Art, daarna te zien in Walker Art Center, Minneapolis
Fieret – Tichý – Heyboer, ‘Het onvermoeibaar epos’ 2 oktober 2010 t/m 9 januari 2011 Fotomuseum Den Haag
‘VoTH’  met o.a. Paulien Oltheten, reist na verschillende locaties in Rusland naar SM’s Stedelijk Museum ‘s-Hertogenbosch, 28 mei – 21 augustus 2011
Zie voor het project van Harm van den Dorpel www.etherealself.com en www.etherealothers.com.
‘Onbeschaamd staren – Voyeurisme in de fotografie’ Kunstbeeld 11, 2010















dinsdag 19 november 2013

Protest Provo Amsterdam '60s Cor Jaring (1936 - 2013) Photojournalism Photography


Cor Jaring (1936-2013) is one of the most well known photojournalists in The Netherlands. His photographs portray 'extraordinary ordinary life' in and around Amsterdam.

Betrokken Amsterdamse fotograaf legde hippietijd en de havens vast

Rosan Hollak
Necrologie Necrologie | Dinsdag 19-11-2013 | Sectie: Media | Pagina: NH_NL03_008 | Rosan Hollak

Necrologie

Cor Jaring (1936-2013)

Hij wilde zeeman worden, maar werd fotograaf van de provo's.

Foto's van de provo-beweging, 'het magies centrum' en de rookbommen tijdens het huwelijk van Beatrix met prins Claus; Cor Jaring, die zondag op 76-jarige leeftijd thuis overleed, was de fotograaf van het roerige Amsterdam van de jaren zestig. En niet alleen dat. Door de meer dan duizend foto's die hij eind jaren vijftig maakte in het Amsterdamse havengebied en door zijn kleurrijke anekdotes - die werden aangedikt met glaasjes vieux aan de stamtafel van zijn koffiehuis bij de Dappermarkt - was Jaring een bekende Amsterdammer geworden. 

Jaring, geboren op 18 december 1936, bracht zijn jeugd door op Wittenburg waar zijn halfblinde vader een winkeltje dreef in tweedehands spullen. Een tijdlang hielp Jaring zijn vader, tot hij in dienst ging en daar voor het eerst een camera in handen kreeg. Toen hij vervolgens als walmatroos en dokwerker aan de slag ging in de Amsterdamse haven, nam hij zijn 'kiekkassie' steevast mee. Zo ontstond zijn eerste fotoserie: zwart-wit beelden van reepgasten, Indiase matrozen en Italiaanse dokwerkers. Later, toen Jaring als de hoffotograaf van de Provo-beweging al meer bekendheid genoot, fotografeerde hij de naakte Phil Bloom en legde hij John Lennon en Yoko Ono vast tijdens hun 'Bed-in for Peace' actie in het Hilton Hotel.


Het was een rol die hem goed beviel, ook al had hij zichzelf aanvankelijk een heel ander leven toegedacht. Kunstenaar wilde hij worden - minstens zo goed als Rembrandt of Van Gogh - en zeeman. Want zeemannen, 'die stonken naar ver weg', vertelde Jaring in 1999 in een interview in Vrij Nederland. Toch bleef hij liever dichter bij huis, wegens zijn gevoelige ingewanden (snel zeeziek) en melancholische aanleg (voorbij Diemen al last van verscheurende heimwee).
Hij was echt een kind uit de Amsterdamse haven, zegt vriend en collega Eddy Posthuma de Boer. Er zat niks tussen Jaring en de mensen. Net als Ed van der Elsken wist hij iemand met een paar woorden voor zich te winnen. Hij had een goed gevoel voor humor.
Posthuma de Boer leerde Jaring in de jaren zestig kennen. Ik herkende de manier waarop hij naar de wereld keek: met een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. Zowel die betrokkenheid als zijn oog voor compositie bleef binnen de fotografiewereld niet onopgemerkt. In 1975 werd Jaring bekroond met de World Press Photo en ontving hij de Fotoprijs van de Stad Amsterdam. In 2002 kreeg hij van de gemeente de Frans Banninck Cocq penning wegens grote verdiensten voor de fotografie in Amsterdam.
Jaring was een man die altijd op zoek was naar het uitzonderlijke, zegt fotograaf Sander Troelstra. Hij heeft hard en intens geleefd. Hij was fysiek heel sterk. Soms werkte hij nachten door. Troelstra ging de laatste twee jaar wekelijks langs bij Jaring en zijn vrouw. Een jaar geleden ging het ineens rap achteruit met de gezondheid van de fotograaf. Hij was gevallen voor zijn atelier en had zijn ribben gekneusd. Sindsdien had hij veel pijn.
Samen met de familie droeg Troelstra afgelopen maand het negatievenarchief van Jaring over aan het Stadsarchief Amsterdam. Het atelier in de Dapperbuurt, waar Jaring vijftig jaar lang werkte, werd in diezelfde periode leeg geruimd en opgezegd. Hij wilde dat alles voor zijn dood geregeld zou zijn, zegt Troelstra. Hij zei tegen mij: 'Ik wil rustig uitrollen.' Toch verwachtte ik niet dat hij zo snel zou overlijden.
Het Stadsarchief Amsterdam heeft aangekondigd in 2015 een fototentoonstelling te houden over de Provo's. Het werk van Jaring komt daarin centraal te staan.
Foto-onderschrift: Test met rookbom op de Dam te Amsterdam, daags voor het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus, 10 maart 1966. Foto Cor Jaring, Collectie Stadsarchief Amsterdam
Persoon: Cor Jaring
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

















































Protest Provo Amsterdam '60s Cor Jaring (1936 - 2013) Photojournalism Photography


Cor Jaring (1936-2013) is one of the most well known photojournalists in The Netherlands. His photographs portray 'extraordinary ordinary life' in and around Amsterdam.

Betrokken Amsterdamse fotograaf legde hippietijd en de havens vast

Rosan Hollak
Necrologie Necrologie | Dinsdag 19-11-2013 | Sectie: Media | Pagina: NH_NL03_008 | Rosan Hollak

Necrologie

Cor Jaring (1936-2013)

Hij wilde zeeman worden, maar werd fotograaf van de provo's.

Foto's van de provo-beweging, 'het magies centrum' en de rookbommen tijdens het huwelijk van Beatrix met prins Claus; Cor Jaring, die zondag op 76-jarige leeftijd thuis overleed, was de fotograaf van het roerige Amsterdam van de jaren zestig. En niet alleen dat. Door de meer dan duizend foto's die hij eind jaren vijftig maakte in het Amsterdamse havengebied en door zijn kleurrijke anekdotes - die werden aangedikt met glaasjes vieux aan de stamtafel van zijn koffiehuis bij de Dappermarkt - was Jaring een bekende Amsterdammer geworden. 

Jaring, geboren op 18 december 1936, bracht zijn jeugd door op Wittenburg waar zijn halfblinde vader een winkeltje dreef in tweedehands spullen. Een tijdlang hielp Jaring zijn vader, tot hij in dienst ging en daar voor het eerst een camera in handen kreeg. Toen hij vervolgens als walmatroos en dokwerker aan de slag ging in de Amsterdamse haven, nam hij zijn 'kiekkassie' steevast mee. Zo ontstond zijn eerste fotoserie: zwart-wit beelden van reepgasten, Indiase matrozen en Italiaanse dokwerkers. Later, toen Jaring als de hoffotograaf van de Provo-beweging al meer bekendheid genoot, fotografeerde hij de naakte Phil Bloom en legde hij John Lennon en Yoko Ono vast tijdens hun 'Bed-in for Peace' actie in het Hilton Hotel.


Het was een rol die hem goed beviel, ook al had hij zichzelf aanvankelijk een heel ander leven toegedacht. Kunstenaar wilde hij worden - minstens zo goed als Rembrandt of Van Gogh - en zeeman. Want zeemannen, 'die stonken naar ver weg', vertelde Jaring in 1999 in een interview in Vrij Nederland. Toch bleef hij liever dichter bij huis, wegens zijn gevoelige ingewanden (snel zeeziek) en melancholische aanleg (voorbij Diemen al last van verscheurende heimwee).
Hij was echt een kind uit de Amsterdamse haven, zegt vriend en collega Eddy Posthuma de Boer. Er zat niks tussen Jaring en de mensen. Net als Ed van der Elsken wist hij iemand met een paar woorden voor zich te winnen. Hij had een goed gevoel voor humor.
Posthuma de Boer leerde Jaring in de jaren zestig kennen. Ik herkende de manier waarop hij naar de wereld keek: met een grote betrokkenheid en nieuwsgierigheid. Zowel die betrokkenheid als zijn oog voor compositie bleef binnen de fotografiewereld niet onopgemerkt. In 1975 werd Jaring bekroond met de World Press Photo en ontving hij de Fotoprijs van de Stad Amsterdam. In 2002 kreeg hij van de gemeente de Frans Banninck Cocq penning wegens grote verdiensten voor de fotografie in Amsterdam.
Jaring was een man die altijd op zoek was naar het uitzonderlijke, zegt fotograaf Sander Troelstra. Hij heeft hard en intens geleefd. Hij was fysiek heel sterk. Soms werkte hij nachten door. Troelstra ging de laatste twee jaar wekelijks langs bij Jaring en zijn vrouw. Een jaar geleden ging het ineens rap achteruit met de gezondheid van de fotograaf. Hij was gevallen voor zijn atelier en had zijn ribben gekneusd. Sindsdien had hij veel pijn.
Samen met de familie droeg Troelstra afgelopen maand het negatievenarchief van Jaring over aan het Stadsarchief Amsterdam. Het atelier in de Dapperbuurt, waar Jaring vijftig jaar lang werkte, werd in diezelfde periode leeg geruimd en opgezegd. Hij wilde dat alles voor zijn dood geregeld zou zijn, zegt Troelstra. Hij zei tegen mij: 'Ik wil rustig uitrollen.' Toch verwachtte ik niet dat hij zo snel zou overlijden.
Het Stadsarchief Amsterdam heeft aangekondigd in 2015 een fototentoonstelling te houden over de Provo's. Het werk van Jaring komt daarin centraal te staan.
Foto-onderschrift: Test met rookbom op de Dam te Amsterdam, daags voor het huwelijk van prinses Beatrix en prins Claus, 10 maart 1966. Foto Cor Jaring, Collectie Stadsarchief Amsterdam
Persoon: Cor Jaring
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.

















































dinsdag 12 november 2013

THE PROTEST PHOTOBOOK 1956 – 2013 CURATED BY MARTIN PARR - TEXTS BY GERRY BADGER OPEN BOOK Exhibition Grand Palais Paris

OPEN BOOK

THE PROTEST PHOTOBOOK 1956 – 2013

CURATED BY MARTIN PARR - TEXTS BY GERRY BADGER

This modest exhibition briefly explores a highly interesting yet neglected area of the photobook canon – the protest book - particularly from the heyday of protest, the 1960s and 70s.

The generation of protest that emerged after the War was inward-looking and narcissistic in many ways but also idealistic. Many, certainly, were “rebels without a cause”, but others certainly had their causes. They ranged from concern about Afro-American civil rights, American imperialism, colonialism, the capitalist system, nuclear arms, gay and women’s issues.

In the 1960s, the big, worldwide cause was the war in Vietnam, but in essence Vietnam was an umbrella crusade which subsumed many others, some of global significance, others of local interest only. Here, we have books from America championing Civil Rights and condemning the Vietnam War. We have books from Japan examining many aspects of the complex, love- hate relationship between the United States and Japan. We have books from France recording the events of May ’68, from Italy documenting the low-level civil war during the Anni di Piombo (Years of Lead), and from Latin America denouncing “American imperialism”.
From the late 1970s and 80s, there are books from Holland, Germany, and Scandinavia tackling environmental issues, a more recent concern, and we come up to date with books about the “Arab Spring”, the protests demanding change in the Middle East, and also the “Occupy” protests against the excesses of capitalism.

Some of these books were made by renowned photographers, such as Richard Avedon, but many were made by students or anonymous activists caught up in the protests. Some were expensively produced, but most were produced as cheaply as possible. And yet, because protest is essentially about generating freedom, the makers of protest photobooks have often felt free to experiment.

As dissent takes to the Internet, and is spread through Facebook and Twitter, it may be that the “golden age” of protest photobooks is over. However, the Net also allows the cheap printing and dissemination of self-published books, so whenever a photographer has a concern about something and wants to act upon it, the avenue of the protest photobook is certainly open. And there will always be some who will take it, whether to use it as a vehicle for protest in itself, or to document a process of dissent with which they feel passionately involved.

Find the complete list of books here below.
Photographer: Ian Jones scénographeExhibition designer: Cléo Charuet

See also 

Sign “☮” the Times Medium with a Mission the Protest Set Photography


Platform 2013 - Conversion between Martin Parr and Gerry Badger - The Photobook, a History from Paris Photo on Vimeo.
BOOK LIST
Gus Savage, ed.
The American Negro, June 1956: The Truth About the NAACP
The American Negro, Chicago, 1956
L 14,5CM X H 22CM E 0.4CM
Dirk Alvermann
Algerien/L’Algérie (Algeria)
Rütten & Loening, Berlin, 1960
L 11CM X H 18CM E 1.5CM

Louis Lo Monaco
We Shall Over come: March on Washing ton for Jobs and Freedom August 28, 1963
National Urban League, New York, 1963
L 23,5CM X H 28CM E 0.2CM

Guy and Candie Carawan
We Shall Overcome! Songs of the Southern freedom Movement
Oak Publications, New York, 1963
L 14,7CM X H 22,9CM E 0.2CM

Doris E. Sauners
The Day They Marched
Johnson Pub. Co., Chicago, 1963
L 22,7CM X H 28,7CM E 1CM

Richard Avedon and James Baldwin
Nothing Personal
Atheneum Publishers, New York, and Penguin Books Ltd, Harmondsworth, Middlesex, 1964
L 28CM X H 37CM E 2CM


Albert C. Persons
Riot! Riot! Riot!
Esco Publishers Inc., Birmingham, Alabama, 1965
L 21,3CM X H 27,5CM E 0.2CM

Kazuo Kitai
Teikoh (Resistance)
Murai-sha, Tokyo, 1965
L 29,8CM X H 29,6CM E 0.5CM

Unknown Authors and Photographers
The Upheaval in Hong Kong
Ta Kung Pao, Hong Kong, 1967
L 26,7CM X H 24CM E 1.2CM

Ernest Cole
House of Bondage
Allen Lane, The Penguin Press, London, 1968
L 20,7CM X H 29,2CM E 3CM

Uncredited Authors and Photographers
The Poor People’s Campaign
The Southern Christian Leadership Conference, Atlanta, 1968
L 28CM X H 21CM E 0.6CM

Marion Walker, ed.,
Black Rebellion
National Graphics Inc., Columbia, South Carolina, 1968
L 21,6CM X H 27,3CM E 0.5CM

Gilbert Kahn
Paris à Brulé (Paris Was Burning)
Del Duca, Paris, 1968
L 19,6CM X H 27CM E 0.7CM

Douard Dejay, Phillipe Johnsson, and Claue Moliterni
Paris Mai/Juin 1968 (Paris May/June 1968)
Éditions S.E.R.G, Paris, 1968
L 22,5CM X H 29CM E 0.4CM

Hitome Watanabe and Various Photographers (Students' Power League of Tokyo)
Kaihoku '68 (Liberated Area '68)
Japan University Students' Power League, Tokyo, 1968
L 12,8CM X H 18,2CM E 0.5CM

Shomei Tomatsu
Okinawa, Okinawa, Okinawa
Shaken, Tokyo, 1969
L 27CM X H 22CM E 0.7CM

Alan Copeland, ed.
People's Park
Ballantine Books Inc., New York, 1969
L 24CM X H 22,5CM E 1CM

San Francisco State Strike Committee
On Strike, Shut It Down
San Francisco State College Strike Committee, San Francisco, 1969
L 21,3CM X H 16,4CM E 0.7CM

Enrique Bostelmann
America-un viaje a traves de la injusticia (America – A Journey Through Injustice)
Siglo veintuno editores sa, Mexico City, 1970
L 28CM X H 20CM E 2.8CM

Various Unknown Photographers and Authors
10.21 To ha nanika (What is 10.21?)
The '10.21 To ha nanika' Publishing Committee, Tokyo, 1969
L 15CM X H 21CMt E 0.5CM

Toshiaki Kanayama
Dotou/ Years of Violent Change (Scream of Outrage/ Years of Violent Change)
Self Published, Tokyo, 1970
L 18CM X 25,4CM E 1CM

Bob Buford, Peter Shea, and Andy Stickney, eds.
May Days: Crisis in Confrontation
'Published by the Editors', Charlottville, Virginia, 1970
L 29CM X H 22,5CM E 0.3CM

Mary Levine and John Naisbutt
Right On: A Documentary on Student Protest
Bantam Books, New York, London, Toronto, 1970
L 15CM X H 19CM E 1.7CM

Various Photographers (All Japan Students’ Photo Association)
Kon chijo ni wareware no kuni wa nai /Kogai kyampen shashinshu (No Country on Earth For Us /Public Nuisance Campaign)
All Japan Students’ Photo Association, Tokyo, 1970
L 14, 8CM X H 21CM E 0.5CM

Vietnam inc
Philip Jones Griffiths
1971
L 20,7CM X H 28CM E 1.8CM

John Kerry and Vietnam Veterans Against the War
The New Soldier
Collier Books, New York, 1971
L 21,4CM X H 28CM E 1CM

Kazuo Kitai
Sanrizuka 1969-1971
Nora-sha, Tokyo,1971
L 18,1CM X H 24,3CM E 2CM

Various Photographers (All Japan Students' Photo Association)
Hiroshima, Hiroshima
All Japan Students' Photo Association, Tokyo, 1972
L 17,4CM X H 23,7CM E 2.4CM

Various Photographers and Authors
Hôseidaikagu Album: Album of the Hôsei University
Hôsei daikagu, Tokyo, 1972
L 27,5CM X H 38,2CM

Paolo Gasparini
Para verte mejor, américa latina (A Clearer Look at Latin America)
Siglo veintuno editores sa, Mexico City, 1972
L 24,6CM X H 22,2CM E 1.9CM

Jean-Claude Gautrand
L’assassinat de Baltard (The Assassination of Baltard)
Formule 13 Éditeur, Paris, 1972
L 30,4CM X H 24CM E 0.5CM

Clive Limpkin
The Battle of Bogside
Penguin Books Ltd, Harmondsworth, Middlesex, 1972
L 22CM X H 30,2CM E 1CM

Patricio Garcia, ed.
El tancazo de ese 29 de Junio(The ‘Tank Putsch’ of June 29)
Quimantú, Documentos Especiales, Santiago, 1973
L 19CM X H 26CM E 0.4CM

Uliano Lucas
Cinque Anni a Milano (Five Years in Milan)
Tommaso Musolini Editore, Turin, 1973
L 30,2CM X H 22CM E 1.5CM

Paola Mattioli and Anna Candiani
Immagini del No (‘No’ Images)
Occhio Magico No. 11, All’insegna del Pesce d’Oro, Milan, 1974
L 77CM X H 10CM

José Marques
As Paredes em Liberdade (Walls of Freedom)
Editorial Teorama, Lisbon, 1974
L 20,1CM X H 14,1CM E 1CM

Adriano Mordenti and Massimo Vergari
Come eravamo (How We Were)
Savelli spa, Rome, 1975
L 22,3CM X H 30,8CM E 1CM

Various Photographers
Blauwe Maandag (Blue Monday)
Aktiegroep Nieuwmarkt, Amsterdam, 1975
L 20,5CM X H 14CM E 0.5CM

Günter Zint and Claus Lutterbeck
Atomkraft (Nuclear Power)
Verlag Atelier im Bauernhaus, Fischerhude, 1977
Günter Zint and Claus Lutterbeck
L 24,2CM X H 18CM E 1CM

Aldo Bonasia
L’Io in Divisa: Immagini per un’analisi sociale (The Self in Uniform: Images for Social Analysis)
L 20,8CM X H 27CM E 0.8CM

Tano D'Amico
E il '77 (This is ’77)
Self published, Rome, 1978
L 34,4CM X H 42,8CM E 0.3CM

Ricardo Kotscho
Documento: A Greve do ABC (Document: An ABC of Striking)
Editoria Caraguatá, São Paulo, 1980
L 23CM X H 16CM E 0.5CM

Various Photographers and Authors
Osujiken no Shinjitsu (Truth of the Incident)
Osujiken souranzai hunsai Aichi Taisaku kyogikai, Nagoya, 1980
L 27CM X H 38CM E 0.6CM

Stig Albinus, Various Photographers
Kampen om Byggaren (The Battle for Bygarren)
Informations Forlag, Copenhagen, 1980
L 22CM X H 28CM E 1.2CM

Various Photographers
Band 32
Verlag one Zukunft, Zurich, 1981
L 22CM X H 30,6CM E 0.7CM

Various Photographers, Leo Labedz,
Gdánsk 1980: Pictures From A Strike
Puls Publications, London 1981
L 22CM X H 30,5CM E 0.7CM

Geoff Walker and Peter Beach, eds.
56 Days: A history of the anti-tour movement in Wellington
Lindsay Wright on Behalf of Citizens Opposed to the Springbok Tour, Wanganui, New Zealand, 1981
L 20,3CM X H 27CM E 1CM

B. Zaetter
Knald eller Fald (Crash or Slump)
Autonomt Forlag, Copenhagen, 1985
L 21,8CM X H 27,7CM E 1.5CM

Peter Magubane
June 16: The Fruit of Fear
Skotaville Publishers, Johannesberg, 1987
L 26,2CM X H 31,5CM

Editorial Board of the Truth About the Beijng Turmoil
The Truth About the Beijng Turmoil
Beijing Publishing House, Beijing, 1989
L 22CM X H 29,5CM E 0.9CM

World Council of Churches/ SWAPO
The End Justifies the Means
World Council of Churches/SWAPO, nd. 1980s?
L 22CM X H 30,2CM

Halil, ed.
A Cloud of Black Smoke: Photographs From Turkey, 1968-72
Focuskop Fotoform, Stockholm, 2007
L 21,1CM X H 28CM E 2CM

Various Photographers and Authors
Reformasi (Reform)
Galeri Foto Jurnalistic Antara, Jakarta, 2008
L 22CM X H 29CM E 0.5CM

Ben Roberts
Temporary Spaces
Here Press, London, 2012
L 21CM X H 28,8CM E 0.2CM

Giorgio di Noto
The Arab Revolt
Self published, Rome, 2012
L 19CM X H 24,5CM E 1.5CM

Frederic Lezmi
#Taksim Calling
Sunday Book, Cologne, 2013
L 41,9CM X H 55,6CM

Can’t do these two – need a Japanese and a Chinese speaker for them
Protest, Japan, 43, 1970
L 22CM X H 15,8CM E 1CM

Tianamen Sq book from Hong Kong, 1989
L 19,5CM X H 28,3CM E 0.4CM

Read more at http://www.parisphoto.com/paris/program/2013/open-book#h2ewlooMr0U3uw0R.99