zaterdag 31 augustus 2013

New Work Studioportraits 2013 Erwin Olaf Photography

‘Zoveel wipneusjes!’; SPECIAL FOTOGRAFIE

Door Kim Bos
Als een ‘amateur-antropoloog’ onderzocht Erwin Olaf de Amsterdamse Joodse ­gemeenschap. ‘Geen peil op te trekken.’
Erwin Olaf over ‘Joods’
Erwin Olaf is een beetje een sullige oude nicht aan het worden. Zijn woorden. ‘Met spierballen rollen hoeft niet meer. Ik ben toch al in mijn overtime bezig.’ Vroeger, toen hij nog vond dat hij zich moest bewijzen, was het barok en hedonisme troef in zijn werk: obscure halfnaakten (Squares, 1984-1990, Chessmen, 1988), rijpe dames in hitsige pakjes (Mature, 1999) en hysterische clowns ­(Paradise ‘the Club’, 2001-2002). Na de clowns werd zijn fotografie ingetogener, maar alternatieve werkelijkheden schiep Olaf nog steeds. De series Rain, Hope, Grief en Fall (2004-2008) spelen zich af in verlaten interieurs die uit de jaren vijftig lijken te komen. De bijna grimmige beelden staan bol van gestileerde perfectie.

Met het verstrijken van de tijd is Olafs aloude behoefte om een fantasiewereld te scheppen afgenomen. Moet u hem nu toch eens horen: ‘Alleen een mens vind ik tegenwoordig al prachtig.’ En als hij zich toch op het surrealistische vlak begeeft, zoals met zijn recente serie Berlin (2012), waarvoor hij zich liet inspireren door het interbellum en waarin kinderen de macht uitbeelden, dan is hij daar onzeker over. ‘Dan zit er een jongetje op een wild zwijn met zo’n klein vrouwtje erbij en dan denk ik: is dat niet te veel idee op idee?’

De portrettenreeks Joods maakte hij naar aanleiding van een (behoorlijk vrije) portretopdracht van Stadsarchief Amsterdam (zie naschrift) en hoort bij zijn soberste werk tot nu toe. Er komt geen decor aan te pas. ‘Joy, die met die sproetjes en die lange nek, wat een waanzinnig mooi wijf. Een soort zwaan vind ik dat. Goed kijken. Waar staan de ogen op gericht? Wat denkt ze? Hoe echt is de blik in haar ogen? Of mensen echt kijken, daar ben ik nu het meeste mee bezig.’

Toen Olaf de opdracht kreeg, wist hij meteen dat het zou gaan over de lokale Joodse gemeenschap. Want in de loop der jaren was hij de Amsterdamse Jood uit het oog verloren. ‘Minder keppeltjes, nergens pijpekrullen en hoeden meer. Tenminste, zo leek het. Het is nattevingerwerk, want ik ben maar een eenvoudige boerenfotograaf en geen wetenschapper.’ Olaf begon te lezen over ‘hoe schandalig die Joodse Nederlanders zijn behandeld’. ‘Weet je dat ze na de Tweede Wereldoorlog erfpachtbelasting moesten betalen en inkomstenbelasting over de jaren dat ze in kampen hadden gezeten? Nou ja, dat kan niet! Ik moest daar iets mee doen.’

Een mooi, sterk portret
Zijn onderwerpkeuze komt ook voort uit zijn recentelijk doorontwikkelde behoefte om kwetsbaarheid vast te leggen. ‘Maar in godsnaam niet zoals Afrikanen vaak worden gefotografeerd. Ziek, verslagen en zwak. Van boven, zo van: en nu zijn ze zielig.’ Daarom werden het krachtige, verheffende beelden. Over alles is nagedacht, dat is niet veranderd sinds eerdere Erwin Olafs: standpunt, visagie, kleding, de lichtval die het portret iets schilderachtigs geeft. ‘Ik constateerde dat er een bevolkingsgroep is die wereldwijd flinke klappen heeft gehad – en krijgt – en dan denk ik: dat ga ik overslaan. Ik ga een mooi, sterk portret maken.’ Op een gegeven moment is hij en profile gaan fotograferen om te kijken of het vooroordeel van de grote neus klopt. ‘Jonge, ik heb nog nooit zoveel kleine schattige wipneusjes voor de camera gehad.’ Acht van de zestien foto’s zijn kooldrukken, een arbeidsintensieve fototechniek uit de negentiende eeuw die bekendstaat om de intense en houdbare beelden. ‘Dat in combinatie met de Joodse gemeenschap die heel veel heeft meegemaakt, vind ik symbolisch.’

Olaf stelde zichzelf ten doel om een dwarsdoorsnede van de Amsterdamse Joodse gemeenschap vast te leggen. Dat bleek nogal een kluif. ‘Als fotograaf focus je het liefst op het religieuze, het zichtbare. Slechts tien of vijftien procent van de Joodse gemeenschap is religieus, heb ik me laten vertellen, dus dat kon niet.’ Andere moeilijkheid: ‘Soms is iemand niet religieus maar heeft wel de Joodse identiteit. Hanneke Groenteman zei: “Ik heb er niets mee maar ik ben het wel.” Wat is dat dan? Die discussie woedt ook binnen de gemeenschap. Ben je echt alleen Joods als je moeder dat is? Wie heeft dat eigenlijk verzonnen? Geen peil op te trekken. Het lijkt de gewone wereld wel.’

VN Fotospecial Stadsarchief Amsterdam vroeg naast Erwin Olaf Petra Stavast en het duo Blommers/Schumm om een portrettenreeks te maken. De opdracht: ­reageer op het werk van Merkelbach, een ­Amsterdamse fotostudio die tussen 1913 en 1969 gevestigd was aan het Leidse­plein. ‘Fotostudio Merkelbach’ en ‘Studioportretten 2013’ zijn te ­bezichtigen van 13/9 2013 tot en met 5/1 2014. Flatland Gallery in Amsterdam exposeert van 7/9 tot en met 12/10 dit jaar Erwin Olafs ‘Berlin’.
31-08-2013

Studioportretten 2013

Onder de titel Studioportretten 2013 komen ook moderne portretfotografie komt aan bod in de Centrale Hal van het Stadsarchief. Drie hedendaagse fotografen, Erwin Olaf, Petra Stavast en het duo Blommers / Schumm hebben in opdracht series portretten gemaakt die in de grote Centrale Hal worden geëxposeerd. Zie de overeenkomsten en verschillen tussen de traditionele en moderne portretfotografie.

Erwin Olaf


Vader & Zoons Spiero – Orthodox Joods

Erwin Olaf beweegt zich succesvol op het snijvlak van kunst, mode en fotografie waarbij hij steeds blijft zoeken naar nieuwe wegen. Zijn esthetische manier van werken heeft op het eerste gezicht zeker raakvlakken met die van Merkelbach. Olaf heeft uiteenlopende Amsterdammers benaderd waarvan de gemene deler betreft hun Joodse achtergrond. Hij heeft hen in verschillende poses gefotografeerd, de geportretteerden dragen donkere, door hen zelf gekozen kleding. Sommige details verwijzen naar de joodse cultuur, door de kleding of pose. Er zullen acht kooldrukken van Olaf te zien zijn.

Petra Stavast


Erika Cederqvist, 2013

Stavast fotografeert met één van de eerste mobiele telefoons met camerafunctie, een testversie van de Siemens S75. Na veel experimenteren beheerst ze de technische beperkingen van de vroege digitale fotografie nu zodanig dat ze een constante kwaliteit kan produceren. Stavast fotografeert gevestigde en beginnende Amsterdamse podiumkunstenaars. Het resultaat van de techniek zijn portretten met een korrelige, gruizige structuur. Ze portretteert hen ten halve lijve, zonder hen te regisseren: ze geeft hen weer als individu, niet als acteur in een rol. Van Petra Stavast zullen in totaal circa achttien afdrukken worden getoond.

Anuschka Blommers en Niels Schumm


Lily Bouwmeester 2013

Het type fotografie van het duo Blommers-Schumm komt op en bepaalde manier overeen met dat van Merkelbach: meestal is er sprake van geconstrueerde, gestileerde, geënsceneerde fotografie. Ze maken een selectie maken van circa twintig portretten uit hun productie van de afgelopen zes maanden. Daarmee laten ze een dwarsdoorsnede van de hedendaagse portretfotografie zien, als pendant van de productie van Fotostudio Merkelbach: ook zij portretteren modellen, beroemheden en podiumkunstenaars. De voorlopige titel luidt Studio Recht Boomssloot, naar de straat waar hun fotostudio is gevestigd.




New Work Studioportraits 2013 Erwin Olaf Photography

‘Zoveel wipneusjes!’; SPECIAL FOTOGRAFIE

Door Kim Bos
Als een ‘amateur-antropoloog’ onderzocht Erwin Olaf de Amsterdamse Joodse ­gemeenschap. ‘Geen peil op te trekken.’
Erwin Olaf over ‘Joods’
Erwin Olaf is een beetje een sullige oude nicht aan het worden. Zijn woorden. ‘Met spierballen rollen hoeft niet meer. Ik ben toch al in mijn overtime bezig.’ Vroeger, toen hij nog vond dat hij zich moest bewijzen, was het barok en hedonisme troef in zijn werk: obscure halfnaakten (Squares, 1984-1990, Chessmen, 1988), rijpe dames in hitsige pakjes (Mature, 1999) en hysterische clowns ­(Paradise ‘the Club’, 2001-2002). Na de clowns werd zijn fotografie ingetogener, maar alternatieve werkelijkheden schiep Olaf nog steeds. De series Rain, Hope, Grief en Fall (2004-2008) spelen zich af in verlaten interieurs die uit de jaren vijftig lijken te komen. De bijna grimmige beelden staan bol van gestileerde perfectie.

Met het verstrijken van de tijd is Olafs aloude behoefte om een fantasiewereld te scheppen afgenomen. Moet u hem nu toch eens horen: ‘Alleen een mens vind ik tegenwoordig al prachtig.’ En als hij zich toch op het surrealistische vlak begeeft, zoals met zijn recente serie Berlin (2012), waarvoor hij zich liet inspireren door het interbellum en waarin kinderen de macht uitbeelden, dan is hij daar onzeker over. ‘Dan zit er een jongetje op een wild zwijn met zo’n klein vrouwtje erbij en dan denk ik: is dat niet te veel idee op idee?’

De portrettenreeks Joods maakte hij naar aanleiding van een (behoorlijk vrije) portretopdracht van Stadsarchief Amsterdam (zie naschrift) en hoort bij zijn soberste werk tot nu toe. Er komt geen decor aan te pas. ‘Joy, die met die sproetjes en die lange nek, wat een waanzinnig mooi wijf. Een soort zwaan vind ik dat. Goed kijken. Waar staan de ogen op gericht? Wat denkt ze? Hoe echt is de blik in haar ogen? Of mensen echt kijken, daar ben ik nu het meeste mee bezig.’

Toen Olaf de opdracht kreeg, wist hij meteen dat het zou gaan over de lokale Joodse gemeenschap. Want in de loop der jaren was hij de Amsterdamse Jood uit het oog verloren. ‘Minder keppeltjes, nergens pijpekrullen en hoeden meer. Tenminste, zo leek het. Het is nattevingerwerk, want ik ben maar een eenvoudige boerenfotograaf en geen wetenschapper.’ Olaf begon te lezen over ‘hoe schandalig die Joodse Nederlanders zijn behandeld’. ‘Weet je dat ze na de Tweede Wereldoorlog erfpachtbelasting moesten betalen en inkomstenbelasting over de jaren dat ze in kampen hadden gezeten? Nou ja, dat kan niet! Ik moest daar iets mee doen.’

Een mooi, sterk portret
Zijn onderwerpkeuze komt ook voort uit zijn recentelijk doorontwikkelde behoefte om kwetsbaarheid vast te leggen. ‘Maar in godsnaam niet zoals Afrikanen vaak worden gefotografeerd. Ziek, verslagen en zwak. Van boven, zo van: en nu zijn ze zielig.’ Daarom werden het krachtige, verheffende beelden. Over alles is nagedacht, dat is niet veranderd sinds eerdere Erwin Olafs: standpunt, visagie, kleding, de lichtval die het portret iets schilderachtigs geeft. ‘Ik constateerde dat er een bevolkingsgroep is die wereldwijd flinke klappen heeft gehad – en krijgt – en dan denk ik: dat ga ik overslaan. Ik ga een mooi, sterk portret maken.’ Op een gegeven moment is hij en profile gaan fotograferen om te kijken of het vooroordeel van de grote neus klopt. ‘Jonge, ik heb nog nooit zoveel kleine schattige wipneusjes voor de camera gehad.’ Acht van de zestien foto’s zijn kooldrukken, een arbeidsintensieve fototechniek uit de negentiende eeuw die bekendstaat om de intense en houdbare beelden. ‘Dat in combinatie met de Joodse gemeenschap die heel veel heeft meegemaakt, vind ik symbolisch.’

Olaf stelde zichzelf ten doel om een dwarsdoorsnede van de Amsterdamse Joodse gemeenschap vast te leggen. Dat bleek nogal een kluif. ‘Als fotograaf focus je het liefst op het religieuze, het zichtbare. Slechts tien of vijftien procent van de Joodse gemeenschap is religieus, heb ik me laten vertellen, dus dat kon niet.’ Andere moeilijkheid: ‘Soms is iemand niet religieus maar heeft wel de Joodse identiteit. Hanneke Groenteman zei: “Ik heb er niets mee maar ik ben het wel.” Wat is dat dan? Die discussie woedt ook binnen de gemeenschap. Ben je echt alleen Joods als je moeder dat is? Wie heeft dat eigenlijk verzonnen? Geen peil op te trekken. Het lijkt de gewone wereld wel.’

VN Fotospecial Stadsarchief Amsterdam vroeg naast Erwin Olaf Petra Stavast en het duo Blommers/Schumm om een portrettenreeks te maken. De opdracht: ­reageer op het werk van Merkelbach, een ­Amsterdamse fotostudio die tussen 1913 en 1969 gevestigd was aan het Leidse­plein. ‘Fotostudio Merkelbach’ en ‘Studioportretten 2013’ zijn te ­bezichtigen van 13/9 2013 tot en met 5/1 2014. Flatland Gallery in Amsterdam exposeert van 7/9 tot en met 12/10 dit jaar Erwin Olafs ‘Berlin’.
31-08-2013

Studioportretten 2013

Onder de titel Studioportretten 2013 komen ook moderne portretfotografie komt aan bod in de Centrale Hal van het Stadsarchief. Drie hedendaagse fotografen, Erwin Olaf, Petra Stavast en het duo Blommers / Schumm hebben in opdracht series portretten gemaakt die in de grote Centrale Hal worden geëxposeerd. Zie de overeenkomsten en verschillen tussen de traditionele en moderne portretfotografie.

Erwin Olaf


Vader & Zoons Spiero – Orthodox Joods

Erwin Olaf beweegt zich succesvol op het snijvlak van kunst, mode en fotografie waarbij hij steeds blijft zoeken naar nieuwe wegen. Zijn esthetische manier van werken heeft op het eerste gezicht zeker raakvlakken met die van Merkelbach. Olaf heeft uiteenlopende Amsterdammers benaderd waarvan de gemene deler betreft hun Joodse achtergrond. Hij heeft hen in verschillende poses gefotografeerd, de geportretteerden dragen donkere, door hen zelf gekozen kleding. Sommige details verwijzen naar de joodse cultuur, door de kleding of pose. Er zullen acht kooldrukken van Olaf te zien zijn.

Petra Stavast


Erika Cederqvist, 2013

Stavast fotografeert met één van de eerste mobiele telefoons met camerafunctie, een testversie van de Siemens S75. Na veel experimenteren beheerst ze de technische beperkingen van de vroege digitale fotografie nu zodanig dat ze een constante kwaliteit kan produceren. Stavast fotografeert gevestigde en beginnende Amsterdamse podiumkunstenaars. Het resultaat van de techniek zijn portretten met een korrelige, gruizige structuur. Ze portretteert hen ten halve lijve, zonder hen te regisseren: ze geeft hen weer als individu, niet als acteur in een rol. Van Petra Stavast zullen in totaal circa achttien afdrukken worden getoond.

Anuschka Blommers en Niels Schumm


Lily Bouwmeester 2013

Het type fotografie van het duo Blommers-Schumm komt op en bepaalde manier overeen met dat van Merkelbach: meestal is er sprake van geconstrueerde, gestileerde, geënsceneerde fotografie. Ze maken een selectie maken van circa twintig portretten uit hun productie van de afgelopen zes maanden. Daarmee laten ze een dwarsdoorsnede van de hedendaagse portretfotografie zien, als pendant van de productie van Fotostudio Merkelbach: ook zij portretteren modellen, beroemheden en podiumkunstenaars. De voorlopige titel luidt Studio Recht Boomssloot, naar de straat waar hun fotostudio is gevestigd.




vrijdag 30 augustus 2013

America after the Fall Philip-Lorca diCorcia: Photographs 1975-2012 Photography


Philip-Lorca diCorcia: Photographs 1975-2012
Schirn Kunsthalle Frankfert, Römerberg, D-60311 Frankfurt, Germany
20 June – 5 September
From the Press Release


Beginning June 20, 2013, the Schirn Kunsthalle Frankfurt is hosting the first European retrospective of the oeuvre of US photographer Philip-Lorca diCorcia. Born in 1951, diCorcia is one of the most important and influential contemporary photographers. His images oscillate between everyday elements and arrangements that are staged down to the smallest detail. In his works, seemingly realistic images that are taken with an ostensibly documentary eye are undermined by their highly elaborate orchestration. 

One of the primary issues that diCorcia addresses is the question of whether it is possible to depict reality, and this is what links his photographs, most of which he creates as series. For Hustlers (1990–1992), for example, he took pictures of male prostitutes in meticulously staged settings, while in what is probably his most famous series, Heads (2000–2001), he captured an instance in the everyday life of unsuspecting passers-by. Alongside the series Streetwork (1993–1999), Lucky 13 (2004) and A Storybook Life (1975–1999), the exhibition at the Schirn, which was organised in close collaboration with the artist, will also present works from his new and ongoing East of Eden project for the first time.

Max Hollein, director of the Schirn Kunsthalle Frankfurt has said, “Philip-Lorca diCorcia is one of the absolute stars on the American photography scene. We are proud to be able to present his works to a German public for the first time in this scope and intensity. DiCorcia’s images stand out due to their iconographic visual quality, which lends the medium of photography its very own relevance.” 

“Philip-Lorca diCorcia’s photographs alternate between snapshots and compositions with virtually Baroque theatrics,” remarks Katharina Dohm, curator of the exhibition. “He communicates a fundamental picture of the human figure that becomes a direct experience for the viewer. The assembly of works at the Schirn provides the unique opportunity of immersing oneself in the mysterious worlds of this important contemporary artist and becoming familiar with his eye for social realities.” 

Philip-Lorca diCorcia was born in Hartford, Connecticut, in 1951. He studied at the School of the Museum of Fine Arts in Boston from 1972 to 1975 before receiving his Master of Fine Arts in photography from Yale University in 1979. The photographer is considered to be one of the most important American artists of his generation. In 1993, the Museum of Modern Art (MoMA) in New York mounted the first solo exhibition of diCorcia’s works. This was followed by mostly solo shows focusing on individual series, including important exhibitions at the Institute for Contemporary Art in Boston in 2007 and at the Los Angeles County Museum of Art in 2008. In Europe, only samples from diCorcia’s series had been presented up to that point in solo or group shows. 

This extensive exhibition features 6 series comprising a total of 124 works, beginning with the most recent photographs from the ongoing series East of Eden to diCorcia’s earliest works from 1975.

Amerika na de zondeval

Sandra Smallenburg
artikel artikel | Donderdag 29-08-2013 | Sectie: Cultureel Supplement | Pagina: NH_NL03_012 | Sandra Smallenburg

De foto's van Philip-Lorca diCorcia doen altijd aan schilderijen denken. Dat komt door zijn gebruik van licht, meent Hendrik Driessen van museum De Pont in Tilburg, waar DiCorcia een grote overzichtstentoonstelling krijgt.

In het late avondlicht rijdt een cowboy op een paard richting de oever van een rivier, schijnbaar op zoek naar een doorwaadbare plaats. Een majestueus landschap strekt zich voor hem uit, met kale bergtoppen die nog net beschenen worden door de zon. Ook de cowboy zelf, helemaal rechtsonder in beeld, wordt fraai uitgelicht; het paard sleept een lange schaduw achter zich aan. Rijdier en ruiter zijn volkomen alleen in dit paradijselijke oord. Geen huizen of asfaltwegen te bekennen. Alleen wat bandensporen langs de rivier wijzen op menselijke beschaving.
De foto
(2008) is het spectaculairste beeld uit de meesterlijke nieuwe serie
van de Amerikaanse fotograaf Philip-Lorca diCorcia (1951). Het is een foto die, bijna anderhalf bij twee meter groot, een stroom aan associaties oproept. Natuurlijk moet je in de eerste plaats denken aan de westernclich�s uit de films van John Ford, aan de Marlboro-reclames en de parodie�n daarop van kunstenaar Richard Prince. Zelfs Bob Ross met zijn kitscherige 'happy trees' in herfstkleuren komt nog even om de hoek kijken. Maar vooral is het een beeld dat met zijn compositie en thematiek teruggrijpt op de romantiek van schilders als Caspar David Friedrich. De eenzame man die uitkijkt over de weg die voor hem ligt - je zou er de symboliek van de levensreis in kunnen zien. De kale boomtakken, ook bij Friedrich een terugkerend thema, zouden dan kunnen wijzen op de naderende dood.
DiCorcia is een fotograaf die denkt als een schilder, zegt Hendrik Driessen, directeur van museum De Pont in Tilburg dat vanaf 5 oktober een groot overzicht aan de foto's van DiCorcia wijdt. Driessen kocht de foto van de cowboy aan voor zijn museum omdat het werk hem herinnerde aan een zeventiende-eeuws Hollands landschap. Ik dacht meteen aan Ruysdael of Van Goyen. Het zachte licht, de vele bruintinten. Het tafereel oogt heel romantisch, maar wat je ziet is eigenlijk een catastrofe. DiCorcia maakte de foto in een landschap waar net een grote bosbrand had gewoed. Die dubbelheid is typerend voor zijn werk. Hij speelt altijd een spel met de waarneming: wat is echt en wat niet?
Ook de andere beelden uit
, een serie waar DiCorcia sinds 2008 aan werkt en die nu voor het eerst te zien is op zijn retrospectief in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt, hebben vaak iets raadselachtigs. Op
(2008), een foto die ook door De Pont is aangekocht, zien we twee deftige rashonden gebiologeerd staren naar een pornofilm. Het steriele interieur, met witte vloerbedekking, ademt de sfeer van de jaren tachtig, maar de flatscreen-tv is hedendaags. Natuurlijk, het is een grappig beeld, maar er gaat ook een enorme existenti�le leegte van uit.
is bepaald geen vrolijke serie.
Kijk naar
(2011), een oudere dame die zittend op het bed van haar hotelkamer uitkijkt over een moderne skyline, terwijl op het televisiescherm naast haar een tornado in aantocht is. Ze oogt eenzaam en in zichzelf gekeerd, als de vrouwen op de schilderijen van Edward Hopper. Je voelt de dreiging van naderend onheil, de vitrage kan ieder moment opwaaien, zo lijkt het.
Zelf zegt DiCorcia dat
is voortgekomen uit de neergaande economische spiraal waar de Verenigde Staten sinds het einde van het Bush-tijdperk in verzeild zijn geraakt. Alles stortte in elkaar, ik had het gevoel dat Amerika haar onschuld verloor. Mensen dachten dat ze alles konden hebben. En toen barstte de zeepbel. De titel verwijst naar het bekende boek van John Steinbeck uit 1952, zegt DiCorcia, maar ook de Bijbel was een inspiratiebron. Ik gebruik het boek Genesis als uitgangspunt. Niet voor niets begint
met een foto van een appelboom. Het is een wat verwilderd exemplaar, dat de fotograaf aantrof bij zijn studio in
New York. Het rood van de appeltjes zette hij op de computer nog eens extra aan, zodat ze er nu extra verleidelijk bij hangen. Een volgende foto,
(2008), toont een blonde vrouw in een licht zomerjurkje (weer denk je aan Hopper) die richting een boom loopt. Dat moet Eva zijn, die van de appel gaat snoepen. Aan haar hebben we te danken dat we voorgoed de Hof van Eden zijn uitgejaagd.
Zo bezien is
een beeldroman over goed en kwaad. De fotoserie toont de wereld na de zondeval, en alle vormen van desillusie die daarbij horen. Buiten het paradijs ligt het treurige suburbia, waar het eenzaamheid troef is. De Amerikaanse vlag wappert er nog tussen de garagedeuren, maar de bijbehorende trots is ver te zoeken. Het land is dor en onvruchtbaar.
Filmstills
Philip-Lorca diCorcia begon zijn carri�re eind jaren zeventig, nadat hij in Boston was afgestudeerd aan de School of the Museum of Fine Arts. Onder zijn medestudenten waren fotografen als David Armstrong, Nan Goldin en Mark Morrisroe, die met hun pijnlijk intieme snapshots van hun vriendenkring naam maakten als de 'Boston School'. En hoewel ook DiCorcia in die tijd veel foto's maakte van familie en vrienden, heeft hij zichzelf nooit tot die Boston School willen rekenen. Zijn werk sluit eerder aan bij dat van zijn generatiegenoten Cindy Sherman en Jeff Wall - fotografen die hun beelden ensceneren alsof het filmstills zijn.
Dus als we zijn broer Mario in 1980 een huis in DiCorcia's geboorteplaats Hartford, Connecticut zien renoveren, dan is dat geen familiekiekje. Ik bouw deze foto's op, ik tref ze niet zo aan, zei DiCorcia onlangs in een interview. Ik kies de plaats, het thema, het licht en andere dramatiserende elementen. Zijn foto's zijn te verstild, te dromerig en vooral te gecomponeerd om voor snapshots door te gaan. Het zijn fictieve beelden die wel op de werkelijkheid lijken, maar nooit zo hebben plaatsgevonden. Ik probeer de werkelijkheid niet vast te leggen, zegt DiCorcia, ik probeer haar te produceren.
Neem de honden op de foto
: die zijn geen eigendom van een of andere rijke New Yorkse snob met een vakantiehuis op Long Island, zo verklapte DiCorcia. De fotograaf huurde de dieren in, liet hun trainer steentjes tegen het beeldscherm werpen en drukte af op het moment dat ze opkeken. De pornosc�ne werd er later met de computer in geplakt. In werkelijkheid hadden de honden naar
gekeken.
Bekendheid kreeg DiCorcia in de jaren negentig met zijn serie
(1990-1992), waarvoor hij in Los Angeles mannelijke hoeren betaalde om voor hem te poseren in hun dagelijkse omgeving. Zoals de 21-jarige
, die glazig langs zijn literbeker Pepsi staart in een wegrestaurant. Of de 28-jarige
, die lamlendig over de balustrade van een morsig motel hangt. Alleen de 25-jarige
toont ons in een hotelkamer mild glimlachend zijn gespierde torso, terwijl op tv Bill Cosby meewarig toekijkt. Maar het is duidelijk dat ook zijn Hollywood-droom niet geworden is waarop had gehoopt.
Hanna Schouwink, partner van de David Zwirner Galerie in New York die het werk van DiCorcia al jaren vertegenwoordigt en de serie
dit najaar opnieuw zal tonen, noemt de serie genereus en aangrijpend. Er spreekt compassie uit de portretten. Iedere keer als ik de foto's zie, denk ik: wat zou er met deze mensen gebeurd zijn? Leven ze nog? Het is een serie die na twintig jaar nog steeds heel indringend is. Er wordt door verzamelaars en curatoren veel naar gevraagd, de serie blijkt nog steeds veel relevantie te hebben.
Rembrandt
Op de tentoonstelling in Frankfurt, en straks ook in Tilburg, zijn selecties uit alle bekende fotoseries van DiCorcia te zien. Zoals
(2000-2001), waarvoor hij nietsvermoedende voorbijgangers op straat betrapte met zijn flits en ze zo voor even optilt uit de anonieme massa. Ook hier is de link met de schilderkunst onmiskenbaar. Een oude joods-orthodoxe man is zo uitgelicht dat de grijze haren in zijn baard te tellen zijn - als op een schilderij van Lievens of Rembrandt. De serie
(2004), een reeks portretten van paaldanseressen, herinneren weer aan het barokke licht van de Italiaanse schilderkunst. De bleke, haast gebeeldhouwde lijven van Hannah, Lola en Juliet steken fel af tegen de duistere achtergrond van de nachtclub. Inderdaad, als op de schilderijen van Caravaggio. Dat gebruik van licht, zegt Hendrik Driessen, is DiCorcia's grootste kwaliteit. Hij is een fotograaf die schildert met het mooie, heldere Hollandse licht van Vermeer, maar ook met de dramatische licht-donkercontrasten van Caravaggio.
Zijn gebruik van licht is onge�venaard, zegt ook Hanna Schouwink. Hoewel DiCorcia bijna altijd met kunstlicht fotografeert, zijn de lichtbronnen in zijn werk altijd onduidelijk en bijna bovenaards. Ik ken geen enkele hedendaagse kunstenaar die op een dergelijke intelligente manier met licht omgaat, dat is echt zijn signatuur geworden.
Volgens Schouwink is DiCorcia een van de invloedrijkste fotografen wereldwijd. Als wij een opening hebben, merk ik altijd dat er opvallend veel jonge kunstenaars komen. Zijn kracht is dat zijn werk vol tegenstrijdigheden zit. Hij geeft absoluut geen eenduidige boodschap; zijn foto's zijn geen oneliners. Alhoewel er altijd een suggestie van een verhaallijn in zijn werk is, is er nooit een duidelijk eind. Er blijft altijd ruimte voor een persoonlijke interpretatie van de toeschouwer. De scenario's die hij schetst zijn enerzijds universeel en anderzijds typisch Amerikaans. Ze zijn tijdloos maar ook zeer tijdsbepalend. Ze zijn politiek �n persoonlijk. Ze zijn ambigu.
Hij is moeilijk te grijpen, een man van contradicties, beaamt Driessen. Zijn werk is vertrouwd en vervreemdend tegelijk. Hij combineert het gewone met het onalledaagse. Bijna al zijn werken gaan over kijken. Vaak ziet hij sc�nes die anderen het bekijken niet waard zouden vinden. Laatst zag ik in het Stedelijk Museum de tentoonstelling van Aernout Mik en toen moest ik ook denken aan DiCorcia. Beide kunstenaars kijken naar hun eigen omgeving en maken daar werk over door de gewone dingen te verhevigen. DiCorcia ensceneert, en hij manipuleert. Hij verscherpt de blik.
DiCorcia speelt altijd een spel met de waarneming: wat is echt en wat niet? DiCorcia werkt met het heldere licht van Vermeer en Caravaggio's contrasten tentoonstellingen Foto's in Frankfurt, Tilburg en New York De tentoonstelling Philip-Lorca diCorcia, Photographs 1975-2012 is nog t/m 8 september te zien in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt. De expositie reist daarna door naar De Pont in Tilburg, waar zij te zien is van 5 okt t/m 19 jan. Ook DiCorcia's galerie David Zwirner wijdt twee exposities aan zijn werk: East of Eden, 5 sept t/m 23 nov in het filiaal in Londen op 24 Grafton Street. En in New York wordt Hustlers getoond van 12 sept t/m 2 nov in de galerie op 525 West 19th Street.
Foto-onderschrift: Philip-Lorca diCorcia: 'The Hamptons' DiCorcia huurde de honden in en liet hun trainer steentjes tegen het beeldscherm werpen Sylmar, California, 2008, uit de serie 'East of Eden' aangekocht door museum De Pont Hong Kong, 1996 Norfolk, 1979 New York, 1993
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.














America after the Fall Philip-Lorca diCorcia: Photographs 1975-2012 Photography


Philip-Lorca diCorcia: Photographs 1975-2012
Schirn Kunsthalle Frankfert, Römerberg, D-60311 Frankfurt, Germany
20 June – 5 September
From the Press Release


Beginning June 20, 2013, the Schirn Kunsthalle Frankfurt is hosting the first European retrospective of the oeuvre of US photographer Philip-Lorca diCorcia. Born in 1951, diCorcia is one of the most important and influential contemporary photographers. His images oscillate between everyday elements and arrangements that are staged down to the smallest detail. In his works, seemingly realistic images that are taken with an ostensibly documentary eye are undermined by their highly elaborate orchestration. 

One of the primary issues that diCorcia addresses is the question of whether it is possible to depict reality, and this is what links his photographs, most of which he creates as series. For Hustlers (1990–1992), for example, he took pictures of male prostitutes in meticulously staged settings, while in what is probably his most famous series, Heads (2000–2001), he captured an instance in the everyday life of unsuspecting passers-by. Alongside the series Streetwork (1993–1999), Lucky 13 (2004) and A Storybook Life (1975–1999), the exhibition at the Schirn, which was organised in close collaboration with the artist, will also present works from his new and ongoing East of Eden project for the first time.

Max Hollein, director of the Schirn Kunsthalle Frankfurt has said, “Philip-Lorca diCorcia is one of the absolute stars on the American photography scene. We are proud to be able to present his works to a German public for the first time in this scope and intensity. DiCorcia’s images stand out due to their iconographic visual quality, which lends the medium of photography its very own relevance.” 

“Philip-Lorca diCorcia’s photographs alternate between snapshots and compositions with virtually Baroque theatrics,” remarks Katharina Dohm, curator of the exhibition. “He communicates a fundamental picture of the human figure that becomes a direct experience for the viewer. The assembly of works at the Schirn provides the unique opportunity of immersing oneself in the mysterious worlds of this important contemporary artist and becoming familiar with his eye for social realities.” 

Philip-Lorca diCorcia was born in Hartford, Connecticut, in 1951. He studied at the School of the Museum of Fine Arts in Boston from 1972 to 1975 before receiving his Master of Fine Arts in photography from Yale University in 1979. The photographer is considered to be one of the most important American artists of his generation. In 1993, the Museum of Modern Art (MoMA) in New York mounted the first solo exhibition of diCorcia’s works. This was followed by mostly solo shows focusing on individual series, including important exhibitions at the Institute for Contemporary Art in Boston in 2007 and at the Los Angeles County Museum of Art in 2008. In Europe, only samples from diCorcia’s series had been presented up to that point in solo or group shows. 

This extensive exhibition features 6 series comprising a total of 124 works, beginning with the most recent photographs from the ongoing series East of Eden to diCorcia’s earliest works from 1975.

Amerika na de zondeval

Sandra Smallenburg
artikel artikel | Donderdag 29-08-2013 | Sectie: Cultureel Supplement | Pagina: NH_NL03_012 | Sandra Smallenburg

De foto's van Philip-Lorca diCorcia doen altijd aan schilderijen denken. Dat komt door zijn gebruik van licht, meent Hendrik Driessen van museum De Pont in Tilburg, waar DiCorcia een grote overzichtstentoonstelling krijgt.

In het late avondlicht rijdt een cowboy op een paard richting de oever van een rivier, schijnbaar op zoek naar een doorwaadbare plaats. Een majestueus landschap strekt zich voor hem uit, met kale bergtoppen die nog net beschenen worden door de zon. Ook de cowboy zelf, helemaal rechtsonder in beeld, wordt fraai uitgelicht; het paard sleept een lange schaduw achter zich aan. Rijdier en ruiter zijn volkomen alleen in dit paradijselijke oord. Geen huizen of asfaltwegen te bekennen. Alleen wat bandensporen langs de rivier wijzen op menselijke beschaving.
De foto
(2008) is het spectaculairste beeld uit de meesterlijke nieuwe serie
van de Amerikaanse fotograaf Philip-Lorca diCorcia (1951). Het is een foto die, bijna anderhalf bij twee meter groot, een stroom aan associaties oproept. Natuurlijk moet je in de eerste plaats denken aan de westernclich�s uit de films van John Ford, aan de Marlboro-reclames en de parodie�n daarop van kunstenaar Richard Prince. Zelfs Bob Ross met zijn kitscherige 'happy trees' in herfstkleuren komt nog even om de hoek kijken. Maar vooral is het een beeld dat met zijn compositie en thematiek teruggrijpt op de romantiek van schilders als Caspar David Friedrich. De eenzame man die uitkijkt over de weg die voor hem ligt - je zou er de symboliek van de levensreis in kunnen zien. De kale boomtakken, ook bij Friedrich een terugkerend thema, zouden dan kunnen wijzen op de naderende dood.
DiCorcia is een fotograaf die denkt als een schilder, zegt Hendrik Driessen, directeur van museum De Pont in Tilburg dat vanaf 5 oktober een groot overzicht aan de foto's van DiCorcia wijdt. Driessen kocht de foto van de cowboy aan voor zijn museum omdat het werk hem herinnerde aan een zeventiende-eeuws Hollands landschap. Ik dacht meteen aan Ruysdael of Van Goyen. Het zachte licht, de vele bruintinten. Het tafereel oogt heel romantisch, maar wat je ziet is eigenlijk een catastrofe. DiCorcia maakte de foto in een landschap waar net een grote bosbrand had gewoed. Die dubbelheid is typerend voor zijn werk. Hij speelt altijd een spel met de waarneming: wat is echt en wat niet?
Ook de andere beelden uit
, een serie waar DiCorcia sinds 2008 aan werkt en die nu voor het eerst te zien is op zijn retrospectief in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt, hebben vaak iets raadselachtigs. Op
(2008), een foto die ook door De Pont is aangekocht, zien we twee deftige rashonden gebiologeerd staren naar een pornofilm. Het steriele interieur, met witte vloerbedekking, ademt de sfeer van de jaren tachtig, maar de flatscreen-tv is hedendaags. Natuurlijk, het is een grappig beeld, maar er gaat ook een enorme existenti�le leegte van uit.
is bepaald geen vrolijke serie.
Kijk naar
(2011), een oudere dame die zittend op het bed van haar hotelkamer uitkijkt over een moderne skyline, terwijl op het televisiescherm naast haar een tornado in aantocht is. Ze oogt eenzaam en in zichzelf gekeerd, als de vrouwen op de schilderijen van Edward Hopper. Je voelt de dreiging van naderend onheil, de vitrage kan ieder moment opwaaien, zo lijkt het.
Zelf zegt DiCorcia dat
is voortgekomen uit de neergaande economische spiraal waar de Verenigde Staten sinds het einde van het Bush-tijdperk in verzeild zijn geraakt. Alles stortte in elkaar, ik had het gevoel dat Amerika haar onschuld verloor. Mensen dachten dat ze alles konden hebben. En toen barstte de zeepbel. De titel verwijst naar het bekende boek van John Steinbeck uit 1952, zegt DiCorcia, maar ook de Bijbel was een inspiratiebron. Ik gebruik het boek Genesis als uitgangspunt. Niet voor niets begint
met een foto van een appelboom. Het is een wat verwilderd exemplaar, dat de fotograaf aantrof bij zijn studio in
New York. Het rood van de appeltjes zette hij op de computer nog eens extra aan, zodat ze er nu extra verleidelijk bij hangen. Een volgende foto,
(2008), toont een blonde vrouw in een licht zomerjurkje (weer denk je aan Hopper) die richting een boom loopt. Dat moet Eva zijn, die van de appel gaat snoepen. Aan haar hebben we te danken dat we voorgoed de Hof van Eden zijn uitgejaagd.
Zo bezien is
een beeldroman over goed en kwaad. De fotoserie toont de wereld na de zondeval, en alle vormen van desillusie die daarbij horen. Buiten het paradijs ligt het treurige suburbia, waar het eenzaamheid troef is. De Amerikaanse vlag wappert er nog tussen de garagedeuren, maar de bijbehorende trots is ver te zoeken. Het land is dor en onvruchtbaar.
Filmstills
Philip-Lorca diCorcia begon zijn carri�re eind jaren zeventig, nadat hij in Boston was afgestudeerd aan de School of the Museum of Fine Arts. Onder zijn medestudenten waren fotografen als David Armstrong, Nan Goldin en Mark Morrisroe, die met hun pijnlijk intieme snapshots van hun vriendenkring naam maakten als de 'Boston School'. En hoewel ook DiCorcia in die tijd veel foto's maakte van familie en vrienden, heeft hij zichzelf nooit tot die Boston School willen rekenen. Zijn werk sluit eerder aan bij dat van zijn generatiegenoten Cindy Sherman en Jeff Wall - fotografen die hun beelden ensceneren alsof het filmstills zijn.
Dus als we zijn broer Mario in 1980 een huis in DiCorcia's geboorteplaats Hartford, Connecticut zien renoveren, dan is dat geen familiekiekje. Ik bouw deze foto's op, ik tref ze niet zo aan, zei DiCorcia onlangs in een interview. Ik kies de plaats, het thema, het licht en andere dramatiserende elementen. Zijn foto's zijn te verstild, te dromerig en vooral te gecomponeerd om voor snapshots door te gaan. Het zijn fictieve beelden die wel op de werkelijkheid lijken, maar nooit zo hebben plaatsgevonden. Ik probeer de werkelijkheid niet vast te leggen, zegt DiCorcia, ik probeer haar te produceren.
Neem de honden op de foto
: die zijn geen eigendom van een of andere rijke New Yorkse snob met een vakantiehuis op Long Island, zo verklapte DiCorcia. De fotograaf huurde de dieren in, liet hun trainer steentjes tegen het beeldscherm werpen en drukte af op het moment dat ze opkeken. De pornosc�ne werd er later met de computer in geplakt. In werkelijkheid hadden de honden naar
gekeken.
Bekendheid kreeg DiCorcia in de jaren negentig met zijn serie
(1990-1992), waarvoor hij in Los Angeles mannelijke hoeren betaalde om voor hem te poseren in hun dagelijkse omgeving. Zoals de 21-jarige
, die glazig langs zijn literbeker Pepsi staart in een wegrestaurant. Of de 28-jarige
, die lamlendig over de balustrade van een morsig motel hangt. Alleen de 25-jarige
toont ons in een hotelkamer mild glimlachend zijn gespierde torso, terwijl op tv Bill Cosby meewarig toekijkt. Maar het is duidelijk dat ook zijn Hollywood-droom niet geworden is waarop had gehoopt.
Hanna Schouwink, partner van de David Zwirner Galerie in New York die het werk van DiCorcia al jaren vertegenwoordigt en de serie
dit najaar opnieuw zal tonen, noemt de serie genereus en aangrijpend. Er spreekt compassie uit de portretten. Iedere keer als ik de foto's zie, denk ik: wat zou er met deze mensen gebeurd zijn? Leven ze nog? Het is een serie die na twintig jaar nog steeds heel indringend is. Er wordt door verzamelaars en curatoren veel naar gevraagd, de serie blijkt nog steeds veel relevantie te hebben.
Rembrandt
Op de tentoonstelling in Frankfurt, en straks ook in Tilburg, zijn selecties uit alle bekende fotoseries van DiCorcia te zien. Zoals
(2000-2001), waarvoor hij nietsvermoedende voorbijgangers op straat betrapte met zijn flits en ze zo voor even optilt uit de anonieme massa. Ook hier is de link met de schilderkunst onmiskenbaar. Een oude joods-orthodoxe man is zo uitgelicht dat de grijze haren in zijn baard te tellen zijn - als op een schilderij van Lievens of Rembrandt. De serie
(2004), een reeks portretten van paaldanseressen, herinneren weer aan het barokke licht van de Italiaanse schilderkunst. De bleke, haast gebeeldhouwde lijven van Hannah, Lola en Juliet steken fel af tegen de duistere achtergrond van de nachtclub. Inderdaad, als op de schilderijen van Caravaggio. Dat gebruik van licht, zegt Hendrik Driessen, is DiCorcia's grootste kwaliteit. Hij is een fotograaf die schildert met het mooie, heldere Hollandse licht van Vermeer, maar ook met de dramatische licht-donkercontrasten van Caravaggio.
Zijn gebruik van licht is onge�venaard, zegt ook Hanna Schouwink. Hoewel DiCorcia bijna altijd met kunstlicht fotografeert, zijn de lichtbronnen in zijn werk altijd onduidelijk en bijna bovenaards. Ik ken geen enkele hedendaagse kunstenaar die op een dergelijke intelligente manier met licht omgaat, dat is echt zijn signatuur geworden.
Volgens Schouwink is DiCorcia een van de invloedrijkste fotografen wereldwijd. Als wij een opening hebben, merk ik altijd dat er opvallend veel jonge kunstenaars komen. Zijn kracht is dat zijn werk vol tegenstrijdigheden zit. Hij geeft absoluut geen eenduidige boodschap; zijn foto's zijn geen oneliners. Alhoewel er altijd een suggestie van een verhaallijn in zijn werk is, is er nooit een duidelijk eind. Er blijft altijd ruimte voor een persoonlijke interpretatie van de toeschouwer. De scenario's die hij schetst zijn enerzijds universeel en anderzijds typisch Amerikaans. Ze zijn tijdloos maar ook zeer tijdsbepalend. Ze zijn politiek �n persoonlijk. Ze zijn ambigu.
Hij is moeilijk te grijpen, een man van contradicties, beaamt Driessen. Zijn werk is vertrouwd en vervreemdend tegelijk. Hij combineert het gewone met het onalledaagse. Bijna al zijn werken gaan over kijken. Vaak ziet hij sc�nes die anderen het bekijken niet waard zouden vinden. Laatst zag ik in het Stedelijk Museum de tentoonstelling van Aernout Mik en toen moest ik ook denken aan DiCorcia. Beide kunstenaars kijken naar hun eigen omgeving en maken daar werk over door de gewone dingen te verhevigen. DiCorcia ensceneert, en hij manipuleert. Hij verscherpt de blik.
DiCorcia speelt altijd een spel met de waarneming: wat is echt en wat niet? DiCorcia werkt met het heldere licht van Vermeer en Caravaggio's contrasten tentoonstellingen Foto's in Frankfurt, Tilburg en New York De tentoonstelling Philip-Lorca diCorcia, Photographs 1975-2012 is nog t/m 8 september te zien in de Schirn Kunsthalle in Frankfurt. De expositie reist daarna door naar De Pont in Tilburg, waar zij te zien is van 5 okt t/m 19 jan. Ook DiCorcia's galerie David Zwirner wijdt twee exposities aan zijn werk: East of Eden, 5 sept t/m 23 nov in het filiaal in Londen op 24 Grafton Street. En in New York wordt Hustlers getoond van 12 sept t/m 2 nov in de galerie op 525 West 19th Street.
Foto-onderschrift: Philip-Lorca diCorcia: 'The Hamptons' DiCorcia huurde de honden in en liet hun trainer steentjes tegen het beeldscherm werpen Sylmar, California, 2008, uit de serie 'East of Eden' aangekocht door museum De Pont Hong Kong, 1996 Norfolk, 1979 New York, 1993
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Handelsblad BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.