woensdag 1 juli 2015

Photography as an Form of Expression: International Photography Exhibition 28-09-57 : 27-10-57 Stedelijk Van Abbemuseum


Photography as an form of Expression Fotografie als uitdrukkingsmiddel


Fotografie als uitdrukkingsmiddel : Internationale Fototentoonstelling
Van: 28-09-57 tot: 27-10-57
Groepstentoonstelling - Opening : Th.B.M. van Eupen (wethouder van onderwijs en culturele zaken). Inleiding : W. Jos de Gruyter (directeur Groninger Museum) (bij absentie werd de inleiding voorgelezen door E.L.L. de Wilde) - Opmerkingen: Samenstelling : Martien Coppens. Reizende tentoonstelling : Stedelijk Van AbbemuseumGroninger Museum, GroningenGemeentemuseum, ArnhemGemeentemuseum, Den Haag - Met foto's individuele werken - Met documentatie.

Martien Coppens

Coppens, Martien (Martinus Franciscus Josephus), fotograaf en verzamelaar van kerkelijke kunst en etnoplastieken
  • Lieshout 18 maart 1908
† Geldrop 17 juni 1986
Als oudste van vijf kinderen geboren in het gezin van klompenmaker, caféhouder en organist Grard (Gerardus Maria) Coppens (1871-1957) en winkelierster Pietje (Petronella) van Eerd (1876-1946) gaat hij in 1920 naar de Latijnse School in Gemert en vanaf 1922 naar de katholieke HBS in Helmond. Hij wordt gestimuleerd te gaan fotograferen door zijn docenten, maar komt ook in contact met kunstenaars zoals Frans en Johan Jacobs, Marinus Dillen, Marinus Bies en Marcel von Sijben. Op advies van Adriaan Boer van het fotoblad Focus studeert hij in 1930 en 1931 aan de Bayerische Staatslehranstalt für Lichtbildwesen in München bij Hanna Seewald. In 1932 begint hij aan de Emmasingel te Eindhoven een fotoatelier met name voor portretfotografie.
In 1935 trouwt hij met Nanna (Johanna Maria Huberta) Cuppens (1908-2000) en uit het huwelijk worden tien kinderen geboren, onder wie fotohistoricus Jan, architect Gerrit en beeldhouwer Joep. Hij verzorgt causerieën over fotografie en is technisch adviseur van de Eindhovensche Fotografen Vereniging De Amateur, de latere Fotokring Eindhoven. Bij het bombardement op 6 december 1942 wordt zijn fotoatelier vernield. Daarna betrekt hij een pand aan de Hoogstraat en later aan de Laagstraat in Eindhoven.
Naast de technische kwaliteit van zijn foto’s krijgt hij vooral door zijn eigenzinnige visie van fotograferen bekendheid.
In de publicaties: De mensch in de fotografie. Leerboek voor portretfotografie (1946) en: Mens en Camera (1950), geeft hij inzicht in zijn opvattingen. De vele fotoboeken – zo’n 60 in getal – hebben enorm aan zijn reputatie bijgedragen, ook buiten Brabant.
Zijn vroege werk is in de traditie van het picturalisme met een sterke clair-obscur-werking, zijn werk eind jaren 1950 wordt non-figuratiever en abstracter met aandacht voor ritme en fotosequenties. Gestimuleerd door zijn heeroom norbertijn Servatius Coppens begint hij met het verzamelen van kerkelijke kunst. Door musicus Dick Raaijmakers raakt hij omstreeks 1960 in de ban van het verzamelen van etnoplastieken. Zijn collectie heeft hij in het fotoboek Negerplastiek. Fotografisch benaderd (1975) samengebracht.
Dank zij de inzet van de Stichting Brabants Fotoarchief worden uit zijn fotografische nalatenschap de vintageprints en privé-archief in de Brabant-Collectie van de Universiteit van Tilburg bewaard en de fotonegatievenarchieven beheerd door het Fotomuseum Rotterdam, terwijl de commerciële belangen behartigd worden door de Stichting Archief Martien Coppens. Door alle aandacht de afgelopen jaren (exposities, publicaties en wedstrijden) vindt Coppens' fotowerk (inter)nationaal erkenning.
De bekendste werken zijn:
Rond de Peel (1937)
De koorbanken van Oirschot (1941)
Gedachten in steen. De kathedrale basiliek van St. Jan te ’s-Hertogenbosch (1941)
Picturesque Brabant (1944)
De koorbanken der St. Jan (1946)
Impressies 1945. Geteisterd Nederland (1947)
Monsters van de Peel (1958)
Leven in geloof (1980)
Het oude gelaat van Brabant (1981)
Het lonkende licht (1982)
’s-Hertogenbosch onder de ogen en bogen van de Sint-Jan (1984)
Autobiografisch:
Waarom fotograferen. Zestig jaren onderweg: 1923-1983 (1982)
Over Eindhoven verschenen:
Eindhoven, groeiende stad (1954 met inleiding door Frans Kortie)
Eindhoven, stad van vandaag (1954)
Eindhoven (1962 met inleiding door Lambert Tegenbosch)
Eindhoven een halve eeuw (1972 met inleiding door Jan-Willem Overeem)
serie van 18 fotokaarten van Eindhoven (1956)
de kerststal van de H. Hartkerk
Hij krijgt kans tentoonstellingen in het Van Abbemuseum te organiseren:
Vakfotografie / Het nieuwe gezicht in de fotografie (1950)
Fotografie als uitdrukkingsmiddel (1952 en 1957)
De kunstenaar en de wereld (1963)
Solotentoonstellingen in het Van Abbemuseum:
Nood (1953) met foto’s van de watersnoodramp
Openingen in het Van Abbe. De jaren zestig (1970)
Bronnen:
Ernst van Raaij en Pieter Siebers, Lessen voor het oog. De fotografie van Martien Coppens. Amsterdam 2003
Els Coppens-van de Rijt, Joep Coppens en Ton Thelen, Martien Coppens. Van dorpsjongen tot stadsmens. Monografie over de eerste veertig levensjaren van de fotograaf, Vlierden 2008
Kitty de Leeuw, Rik Suermondt en Ellen Tops, Martien Coppens. Bezielde beelden. Het oeuvre van Martien Coppens (1908-1986) in een biografische context, Zwolle 2008
Peter Thoben 2013





























maandag 29 juni 2015

The Order of Things August Sander Karl Blossfeldt Thomas Ruff Ai Weiwei Photography


The Order of Things
Photography from The Walther Collection

May 17 - September 27, 2015

The Walther Collection presents The Order of Things: Photography from The Walther Collection, a survey exhibition exploring how the organization of photographs into systematic sequences or typologies has affected modern visual culture. The Order of Things investigates the production and uses of serial portraiture, conceptual structures, vernacular imagery, and time-based performance in photography from the 1880s to the present, bringing together works by artists from Europe, Africa, Asia, and North America. The exhibition, curated by Brian Wallis, former Chief Curator at the International Center of Photography in New York, will be on view at The Walther Collection in Neu-Ulm, Germany, beginning May 17, 2015, and will be accompanied by a catalogue published by Steidl/The Walther Collection.

Throughout the modern era, photography has been enlisted to classify the world and its people. Driven by a belief in the scientific objectivity of photographic evidence, the logics utilized to classify photographs-in groups and categories or sequences of identically organized images-also shape our visual consciousness. In the twenty-first-century, new digital technologies and globalization have radically transformed the applications of photography, making the reconsideration of photographic information systems ever more urgent. The Order of Things proposes a political and philosophical basis for understanding recent organizational methods in global photography, examining not only the ambivalent meanings of the documentary photography but also the social conditions of the image in contemporary culture. The first major exhibition to investigate this critical cross-cultural direction in photography, The Order of Things shows the diverse ways that photographers have engaged sequential organizing strategies-or sought to subvert them.

The exhibition's approach upends conventional histories of photography, which until recently have focused primarily on the single photograph and the so-called "decisive moment." The Order of Things looks closely at the widespread uses of the multiple images in sequence. Setting early modernist photographers August Sander and Karl Blossfeldt in dialogue with contemporary international photographers such as J.D. 'Okhai Ojeikere and Ai Weiwei, the exhibition examines how conceptual structures of photography, serial portraiture, and time-based performance have developed around the globe, and questions how these works have influenced and reflected recent cultural practices. Highlights include Richard Avedon's The Family (1976),Nobuyoshi Araki's 101 Works for Robert Frank (Private Diary) (1993), Samuel Fosso's African Spirits(2008), and Zanele Muholi's Faces and Phases (2006-14).

A distinctive feature of The Order of Things is the recognition of the similar critical strategies employed by contemporary photographers throughout the world. Featured photographers and artists include Dieter Appelt (Germany), Nobuyoshi Araki (Japan), Richard Avedon (USA), Bernd and Hilla Becher (Germany), Karl Blossfeldt (Germany), Song Dong (China), Zhang Huan (China), Yoshiyuki Kohei (Japan), Eadweard Muybridge (USA), J.D. 'Okhai Ojeikere (Nigeria), August Sander (Germany), Ed Ruscha (USA), Accra Shepp (USA), and Ai Weiwei (China). These photographers have pursued a subjective and even skeptical approach to the social construction of photographic meaning, which they demonstrate in typological grids, temporal serial sequences, and collected images of specific cultural patterns.

Many of the images in The Order of Things focus on the individual, and on aspects of cultural identity as observed through a sequence or series of portraits. The exhibition includes a compelling selection of vernacular photography from the late-nineteenth and early twentieth century-mug shots, panoramas, and commercial architectural pictures. Referencing the troubled history of pseudo-scientific mug shot archives compiled to demonstrate the legitimacy of phrenology, police work, medical experimentation, citizenship, and the rule of law, these collections vividly demonstrate how the social uses of photography have depended on its temporality, multiplicity, seriality, narrative sequencing, and logical ordering.

Against this tradition, many of the artists in The Order of Things compile counter-archives, posting defiant arguments against the invisible biases of supposedly neutral institutional records. Contemporary revisions of the typological method, pioneered in Germany in the 1920s, are richly illustrated by the contrast between Richard Avedon's 69 portraits of American 1970s-era power brokers in The Family (1976) and Accra Shepp's 42 recent portraits of participants in the New York inequality protests in Occupying Wall Street(2011). From a very different political perspective, Zanele Muholi's Faces and Phases makes prominent her portraits of persecuted South African gay and lesbian individuals, appropriating and inverting the oppressive form of the legal passbook portrait to reinstate the social visibility that those citizens are routinely denied.

The studio portrait is for many artists the initial entry into constructions of identity or self-representation. InThe Order of Things, the generic regimentation of the studio portrait format is the starting point for an ambitious critical dialogue. In Samuel Fosso's early portraits, the artist poses himself in various inventive guises during breaks in his own studio practice. But, in his more recent series, African Spirits, Fosso adopts the role of iconic leaders of the pan-African liberation movement, recreating historic formal portraits of Nelson Mandela, Angela Davis, Patrice Lumumba, Malcolm X, and Muhammad Ali, among others. Fosso's highly theatrical reenactments not only honor those who forged postcolonial struggles but also comment on how their cool styles helped to shape and enforce their political ideals.

Critical to all the artists in The Order of Things is the notion of time, and its passage. A suite of images from the 1880s by Eadweard Muybridge visualizes time through stop-action effect, displaying successions of human movements in a precursor to motion pictures. Later photographers in the exhibition not only record sequences of events in time, but also make time, and its deteriorating effects, their theme. The grids of outmoded industrial structures by Bernd and Hilla Becher catalogue and preserve architectural forms in typologies, just as Ai Weiwei's triptych Dropping a Han Dynasty Urn (1995) records the sequential destruction of a valued cultural artifact. Preservation or veneration of cultural patrimony becomes an expression of national political affiliation.

A preoccupation with time inevitably engages with forms of performance. The record of sequential events through time, as in a diary, or the notation of an act as ephemeral and the mark of breath on a mirror, can be actions with profound effects and meanings. Song Dong's installation Printing on Water (2003), a documentation of the artist repeatedly stamping the word "water" on the Lhasa River in Tibet, has distinct political resonance, evoking the spirituality of the sacred river in the face of ongoing struggles between China and Tibet. In another mode, Nobuyoshi Araki's diaristic 101 Works for Robert Frank (Private Diary) is a notation of aspects of everyday life-including women in erotic poses, still lifes, landscapes, interiors with a cat, and shots of the sky-all reflecting a poetic banality as the artist mourned the death of his wife.

The expansive diversity of works in The Order of Things broadly illustrates significant global developments in contemporary photography, finding precedents in the typological organizations of key historical photographers, while looking forward to the applications of these rational models in twenty-first century image making.

De som der delen

Door RIANNE VAN DIJCK 20 JUNI 2015

Het is een aantrekkelijk idee: orden de wereld in categorieën en systemen en je zou bijna gaan geloven dat het allemaal wel meevalt met de chaos.

Leg een raster over die weerbarstige praktijk van het leven en voilà, overzicht. En zelfs: controle. De Franse criminoloog en politieman Alphonse Bertillon ontwikkelde in 1879 een systeem om misdadigers te identificeren. Hij noteerde de kleur van de ogen, het haar, de huid, en opvallende tekens zoals tatoeages en littekens. Daarnaast mat hij elf lichamelijke kenmerken op die samen uniek zouden zijn voor een individu, waaronder lichaamslengte, spanwijdte van de uitgestrekte armen en de lengte van de linkervoet.
Bertillons interesse ging vooral uit naar het rechteroor: hij meende dat dat op een dag gebruikt zou gaan worden als uniek identificatiemiddel en liet daarom bij het nemen van een politiefoto van een verdachte – de mug shot – behalve van de voorkant van het gezicht ook een foto maken van het gezicht en profil.

De foto’s van Bertillon zijn nu te zien in de tentoonstelling The Order of Things, in de tentoonstellingsruimten van The Walther Collection in het Zuid-Duitse Ulm. Samen met onder andere de Amerikaanse mug shots die sheriff Thomas Cunningham rond 1890 maakte in Californische gevangenissen als San Quentin en de Folsom State Prison, en negentiende-eeuwse portretten van vrouwelijke psychiatrische patiënten van de Franse neuroloog Jules Bernard Luys.
Deze zogeheten vernacular photography – de ‘fotografie van de gewone taal’, die niet bedoeld is als kunst – hangt er zij aan zij met het werk van kunstenaars voor wie het rangschikken van beelden juist een belangrijk onderdeel is van hun werk. Ze catalogiseren, classificeren, archiveren en ordenen en maken zo series, sequenties, reeksen, rasters.

Performance

Ze leggen bijvoorbeeld de tijd vast in opeenvolgende beelden, zoals de Chinese kunstenaar Song Dong in 36 opnamen van zijn performance in de Lhasa Rivier in Tibet (Printing on Water, 1996). Of de Amerikaan Stephen Shore, die op één dag elk half uur een foto maakte van zijn vriend Michael Marsh (July 22nd,1969).
Ze plaatsen hun onderwerpen systematisch voor eenzelfde achtergrond, op dezelfde plek in het kader, met eenzelfde belichting, zoals Richard Avedon dat deed in The Family, zijn beroemde portrettenreeks van bekende, veelal machtige Amerikanen uit 1976. Of ze focussen systematisch op één bepaald onderwerp, zoals bloemen en planten (Karl Blossfeldt), watertorens of gastanks (Bernd en Hilla Becher) of mensen (August Sander).



Allen verwerpen ze dat bekende idee van ‘het beslissende moment’ van de Franse fotograaf Henri Cartier-Bresson, waarin een perfecte compositie wordt gevangen in één enkele foto. Omdat ze niet uit zijn op dat ene beeld, precies op dat ene goede tijdstip genomen, maar juist geïnteresseerd in het verhaal, het proces, de samenhang.
Zo vertellen ze hoe de tijd verstrijkt, en wat dat doet met mensen. Zoals we dat ook kennen uit die beroemde serie – niet te zien in deze expositie – van Nicholas Nixon over de Brown Sisters, waarin hij al veertig jaar lang vier zussen elk jaar in eenzelfde volgorde laat poseren en waar we langzaamaan grijze haren en rimpels zien verschijnen.
Of een verhaal zoals dat van de Bechers, die met hun zwart-grijze weergave van het industriële erfgoed het kijken bijna tot een meditatieve ervaring maken. Door die monotone, zelfs wat saaie beelden van watertorens, silo’s of hoogovens – allen vanuit eenzelfde standpunt, allen met datzelfde neutrale licht – in een bepaald ritme bij elkaar te plaatsen, wordt de compositie van het geheel meer dan wat één enkel beeld teweegbrengt. Het geheel ís het kunstwerk.
Vergeet even dat verdwijnen van erfgoed, vergeet het verhaal van arbeiders en werkloosheid. Geïsoleerd van hun sociale of politieke lading worden die series bijna abstract, waarin vorm boven inhoud staat.

Architectonisch

Vergelijk dat eens met de foto’s van de Nigeriaanse J. D. ’Okhai Ojeikere, die kort na de onafhankelijkheid van zijn land in 1960 begon met het fotograferen van de diverse haarstijlen, als documentatie van de eigen cultuur. Ruim veertig jaar lang legde hij meer dan duizend kapsels vast – gevlochten, gedraaid, ingewikkelde bouwwerken die als architectonische kunstwerkjes op al die hoofden zweven. Sommige refereren daadwerkelijk aan de nieuwe gebouwen en bruggen die in de jaren zeventig in Nigeria werden gebouwd.
In principe hanteerde Ojeikere dezelfde benadering als de Bechers: steeds dezelfde achtergrond, het zelfde licht, het onderwerp altijd midden in het kader. En in feite is het onderwerp hetzelfde: een systematische studie van lokale culturele vormen. Waardoor de foto’s – tot stand gekomen op duizenden kilometers afstand in totaal verschillende culturen – een vergelijkbare beleving oproepen.
Alphons Bertillon dacht dat het rechteroor een uniek identificatiemiddel was
The Order of Things is een prachtige en bijzondere expositie die niet alleen de bezoeker de kans biedt een aantal beroemde, iconische series uit de fotografiegeschiedenis nu eens in het echt te aanschouwen (Avedon, Sander, Blossfeldt, Muybridge, Araki, Shore, Ruff, de Bechers, Fosso), maar die ook laat zien hoe de verschillende benaderingen van al die kunstenaars zich tot elkaar verhouden.
Zo wordt inzichtelijk hoe de Duitse Thomas Ruff in de jaren 80 eigenlijk precies hetzelfde nastreefde als de negentiende-eeuwse criminoloog Bertillon een eeuw eerder: namelijk het zo neutraal en uitdrukkingsloos mogelijk weergeven van gezichten, met eenzelfde rigoureuze en systematische benadering. Ruff gebruikt dezelfde visuele taal als die van de identiteitsfoto’s en hanteerde daarbij de zogeheten Minolta Montage, die de Duitse politie vanaf de jaren 70 hanteerde om een compositiefoto samen te stellen uit afzonderlijke portretfoto’s of foto’s waarop slechts een deel van een gezicht zichtbaar was. Waarbij deze merkwaardige paradox optreedt: hoewel zulke foto’s werden gemaakt om een individu te identificeren, laten ze door de strenge uniformiteit de individualiteit verdwijnen.
Die gedachte is niet nieuw – Ruff heeft er vaak over verteld – maar het is bijzonder de werken in één expositie bij elkaar te zien en eens zelf te ervaren wat deze seriematige manier van presenteren nou eigenlijk betekent.

Een versie van dit artikel verscheen op zaterdag 20 juni 2015 in NRC Handelsblad.
Op dit artikel rust auteursrecht van NRC Media BV, respectievelijk van de oorspronkelijke auteur.